Windharpen – een kapel van klank

Alles begon vanuit een klank: beweeglijk, en ongrijpbaar als het Noorderlicht. Een klank die tegelijkertijd statisch en beweeglijk was, als een stem uit een andere wereld, voortgebracht door iets dat net zo ongrijpbaar was: de wind. 

Eindeloos kon ik ernaar luisteren, net als wanneer je op een warme zomerdag in je hangmat naar de wolken kunt kijken, en je gedachten mee kunt laten waaien. Hoe zou het zijn wanneer je je volledig zou kunnen onderdompelen in die klank, erdoor omhult zou worden? 

Het moesten er acht worden, opgesteld in een cirkel. En daarmee ontstond automatisch een ruimte, een speelvlak, of nee, een kapel. Het deed me denken aan een nummer van PJ Harvey (luister tot 1’32”)

Een kapel van klank, zonder dak, zonder muren, midden in het open veld, overgeleverd aan de elementen, en tegelijkertijd omhuld worden door klank. Een paradoxale ervaring. En lang niet altijd comfortabel, gewend als we zijn aan de zachte stoelen in aangenaam verwarmde theaters. We waren bijna vergeten dat we de aanwezigheid daarvan als iets totaal vanzelfsprekends zijn gaan beschouwen, terwijl we daar zo zaten: midden in de polder, vernikkeld door de wind.

Dat wij als mensheid in wezen – nog steeds – zijn overgeleverd aan een natuur die zich lang niet (of misschien wel: niet langer) altijd door ons laat beheersen, merkten we tijdens de hittegolven van deze zomer. Alles wat we in de loop der eeuwen hebben gemaakt, kan ook zomaar weer verdwijnen. En waar kunnen we dan schuilen? 

In een column van Floor Rusman met als titel “Lege kerkjes hebben ons iets te zeggen” (NRC 15 aug. 2018) las ik:

Wat zoekt een ongelovige in al die kerkjes? Het heeft te maken met schoonheid natuurlijk, maar het is meer dan dat. Ik vind er ook verbondenheid met wie er al die eeuwen eerder zijn geweest en met de mensen die het hebben gebouwd en onderhouden, mensen die iets wilden maken dat henzelf oversteeg.

We leven in een tijd waarin niets meer heilig is: wantrouw autoriteit, Eat Shit, laat de gitaren brullen, als het even kan in een kerk. Maar als ik zie hoe mensen zichzelf als de vanzelfsprekende maat der dingen nemen, inclusief ikzelf soms, denk ik: waar is onze compassie gebleven en ons gevoel van nietigheid?

Met een omweg brengt dit ons naar het gedicht Koerikoeloem van Tjitske Jansen, en wat dat te maken heeft met die Kapel van klank….Maar daarover later meer!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s