Publieksinterview Gaudeamus festival

“Dit kwam meer bij me binnen dan de mooiste mis in een kerk die ik ooit beleefd heb!” 

Collega-componist Ned McGowan interviewde Monique Schomper voorafgaand aan onze tweede voorstelling tijdens het Gaudeamus festival. Ze was er voor de derde keer (!) en vertelt in het onderstaande geluidsfragment waarom:

Daan&publiek2
Monique Schomper precies in het midden van de foto bij de windharp tijdens de try-out in Almere Oosterwold. (Foto: Marien Abspoel)

Vreemde tekens op een jurk…

In het begin van Koerikoeloem is Naomi Sato, onze sho-speelster, gewikkeld in een jurk met daarop allerlei vreemde tekens. De eerste gedachte is dan natuurlijk dat het wel Japans zal zijn, maar wie beter kijkt ziet dat het daar toch ook weer niet op lijkt.

Koerikoeloem 2018-05-27 15.25.28

Maar wat is het dan wel?

Welnu het zijn tekens afkomstig uit Noordspaanse manuscripten uit de 10e eeuw, die de melodieën uit de Mozarabische traditie op grafische wijze weergeven.  De term ‘Mozarabisch’ betekent letterlijk ‘niet-Arabisch’ en stamt uit de tijd van de Arabische overheersing van het Iberisch schiereiland. Hiermee werd het Christelijk deel van de bevolking bedoeld. Christenen konden in de periode van de Islamitische overheersing lange tijd hun eigen religieuze rituelen uitvoeren in kerken, kloosters en kathedralen. 

De muziek die tijdens hun vieringen werd gezongen werd genoteerd in een soort grafische tekens, ook wel neumen genaamd. Dit gebeurde overigens in heel Europa, maar regionaal waren er grote verschillen in notatie, tekst en melodie waardoor er lange tijd vele verschillende stijlen en handschriften in omloop waren. De Mozarabische variant heeft een uitzonderlijk rijke variatie aan tekens. Het Antifonario de la Cathédral de León is één van de vele bewaard gebleven manuscripten uit deze traditie. Eén blik op dit handschrift laat zien dat het om rijk gevarieerde en zeer geraffineerde melodieën moet zijn gegaan. Leon8Deze muziek werd eeuwenlang, en dus ook ten tijde van de Arabische overheersing dagelijks uitgevoerd totdat onder  invloed van de Carolingen besloten werd dat in heel Europa dezelfde liturgie en dus ook dezelfde muziek gezongen diende te worden. Als gevolg hiervan werd rond 1080 deze muziek verboden. Vanuit Frankrijk (Cluny) werden monniken naar het Iberisch schiereiland gestuurd om daar de ‘juiste’ manier van zingen en de ‘juiste’ liturgie in te voeren. 

Hoewel de handschriften een heel duidelijk beeld suggereren van de melodische curves die de gezangen volgden is deze muziek niet langer te reconstrueren. Slechts een handvol gezangen zijn in latere Aquitaanse notaties teruggevonden. Een onvoorstelbare hoeveelheid muziek, met onmiskenbaar veelbelovende melodieën is hiermee verloren gegaan. Een historisch drama. 

Mozarabische neumen in Koerikoeloem

In 2012 zong componist Miranda Driessen in ensemble Virga, een trio o.l.v. Geert Maessen met wie ik in de Amsterdamse Obrechtkerk gregoriaans zong. Geert was toen zelf al enige tijd bezig met onderzoek naar Mozarabische handschriften, en probeert sindsdien m.b.v. computationele analyse en vergelijking met andere, wel ontcijferde, handschriften uit dezelfde periode deze gezangen te reconstrueren. Een voorlopig resultaat hiervan is te vinden in zijn publicatie Calculemus et cantebus.

Driessen vond de handschriften fascinerend, maar koos een andere, volstrekt onwetenschappelijke benadering. Als componist leek het haar minstens zo interessant om te onderzoeken hoe je nieuwe melodieën zou kunnen creëren a.d.h.v. deze neumen. Wel hield ze daarbij rekening met wat er bekend is over de betekenis van de verschillende tekens. 

In 2015 werd door de Universiteit van Bristol een competitie georganiseerd vanuit hun onderzoeksgroep naar de Mozarabische liturgie. Hiervoor schreef Driessen Marginalia voor sextet en ontving een eervolle vermelding. 

Zowel het historisch drama van het verdwijnen van een muzikale traditie die eeuwenlang onderdeel was van een cultuur als de melodische rijkdom die uit deze manuscripten naar voren komt laten Driessen sindsdien niet meer los. ‘Dat kan dus zomaar gebeuren: dat onder invloed van politiek gemotiveerde ontwikkelingen zoiets bijzonders verdwijnt.’

Laten we koesteren wat we tot stand hebben gebracht!

 

 

Verliefd op een klank

DSC_0122
Foto: Ellen Ji An Neve

Kun je verliefd worden op een klank? Misschien is dat een groot woord, maar op slag gegrepen, geraakt, gefascineerd was ik toch zeker toen ik voor het eerst de klank van een aeolische harp hoorde. Geraakt door de puurheid en zuiverheid, als waren het stemmen van een andere wereld die in een ultieme harmonie samenklonken. Gefascineerd door de eenvoud van het instrument, en tegelijkertijd de complexiteit van de fysica erachter. Ja, ik werd er door gegrepen, en het liet me sinds die tijd, ergens in 2011, niet meer los. 

Een tijdlang experimenteerde ik zelf met pvc-buizen en gitaarsnaren. Het resultaat mocht er best zijn, maar de klank was op afstand van meer dan een meter nauwelijks meer te horen. Met kunstenaar Rob van de Broek en vioolbouwer Elisabeth Muller experimenteerde ik een tijdlang verder, met visueel fraaie resultaten, maar nog steeds te weinig klank. 

102Ergens in 2016 raakte ik in gesprek met geluidskunstenaar Hans van Koolwijk. Hij had eerder een windharp gebouwd op de Lofoten in Noorwegen, en was op dat moment in gesprek met Museum Belvédère om ook daar er één te realiseren. Via hem kwam Jan Heinke uit Dresden in beeld, die een prototype had gebouwd van roestvrij staal. De combinatie van dit materiaal en een optimale vormgeving resulteerde in een prachtig instrument dat zelfs bij het geringste zuchtje wind een rijke klank produceert.  


JanHeinkeJan Heinke
begon zijn muzikale ontwikkeling in het kinderkoor van de Sächsische Staatoper Dresden. Hij studeerde saxofoon aan de Musikhochschule en ontwikkelde zich daarnaast tot boventoon-zanger en multi-instrumentalist op het gebied van etnische instrumenten. Midden jaren ’90 ontmoette hij de Amerikaanse geluidskunstenaar Bob Rutman die zijn fascinatie voor de klankeigenschappen van staal een impuls gaf. Samen met historische smid Albrecht Morgenstern ontwikkelde hij zijn Stahlcello, waarmee hij in 2018 de publieksprijs tijdens de Guthman Musical Instrument Competition in Atlanta won.  

windharp
foto: André Sietsma

De acht windharpen die Jan Heinke i.s.m. met orgelbouwer Steffen Hartmann voor
Koerikoeloem bouwde hebben twee verschillende formaten en bevatten elk resp. drie of vier nylon snaren. Deze worden gestemd op vaste toonhoogten, om verzekerd te zijn van een boventoon spectrum dat zich beweegt in overeenstemming met de overige instrumenten. Wat er uiteindelijk tijdens uitvoeringen gaat klinken wordt echter volledig bepaald door de wind. Dit zorgt voor soms magische momenten: een plotseling aanzwellen na een bepaald tekstfragment, of juist morendo wanneer ook de zangers en instrumentalisten zwijgen. Zodanig dat mensen uit het publiek na afloop kwamen vragen wie nou die windharpen bespeelde. Dat is nou het geheim van de smid…

 

Windharpen – een kapel van klank

Alles begon vanuit een klank: beweeglijk, en ongrijpbaar als het Noorderlicht. Een klank die tegelijkertijd statisch en beweeglijk was, als een stem uit een andere wereld, voortgebracht door iets dat net zo ongrijpbaar was: de wind. 

Eindeloos kon ik ernaar luisteren, net als wanneer je op een warme zomerdag in je hangmat naar de wolken kunt kijken, en je gedachten mee kunt laten waaien. Hoe zou het zijn wanneer je je volledig zou kunnen onderdompelen in die klank, erdoor omhult zou worden? 

Het moesten er acht worden, opgesteld in een cirkel. En daarmee ontstond automatisch een ruimte, een speelvlak, of nee, een kapel. Het deed me denken aan een nummer van PJ Harvey (luister tot 1’32”)

Een kapel van klank, zonder dak, zonder muren, midden in het open veld, overgeleverd aan de elementen, en tegelijkertijd omhuld worden door klank. Een paradoxale ervaring. En lang niet altijd comfortabel, gewend als we zijn aan de zachte stoelen in aangenaam verwarmde theaters. We waren bijna vergeten dat we de aanwezigheid daarvan als iets totaal vanzelfsprekends zijn gaan beschouwen, terwijl we daar zo zaten: midden in de polder, vernikkeld door de wind.

Dat wij als mensheid in wezen – nog steeds – zijn overgeleverd aan een natuur die zich lang niet (of misschien wel: niet langer) altijd door ons laat beheersen, merkten we tijdens de hittegolven van deze zomer. Alles wat we in de loop der eeuwen hebben gemaakt, kan ook zomaar weer verdwijnen. En waar kunnen we dan schuilen? 

In een column van Floor Rusman met als titel “Lege kerkjes hebben ons iets te zeggen” (NRC 15 aug. 2018) las ik:

Wat zoekt een ongelovige in al die kerkjes? Het heeft te maken met schoonheid natuurlijk, maar het is meer dan dat. Ik vind er ook verbondenheid met wie er al die eeuwen eerder zijn geweest en met de mensen die het hebben gebouwd en onderhouden, mensen die iets wilden maken dat henzelf oversteeg.

We leven in een tijd waarin niets meer heilig is: wantrouw autoriteit, Eat Shit, laat de gitaren brullen, als het even kan in een kerk. Maar als ik zie hoe mensen zichzelf als de vanzelfsprekende maat der dingen nemen, inclusief ikzelf soms, denk ik: waar is onze compassie gebleven en ons gevoel van nietigheid?

Met een omweg brengt dit ons naar het gedicht Koerikoeloem van Tjitske Jansen, en wat dat te maken heeft met die Kapel van klank….Maar daarover later meer!

Try-out Terug naar het Begin Groningen

Een fijne try-out in de weilanden rondom Appingedam. Stralend weer en enthousiaste bezoekers!

” WAT HEEFT HET MEESTE INDRUK GEMAAKT …. Koerikoeloem 2018-05-27 13.25.08Eigenlijk heel veel. Ik ben zelf theater technicus en doe vooral veel licht en ik fotografeer veel dus in eerste instantie wordt ik gepakt door ‘plaatjes” die ik zie. En de omgeving pastte prachtig bij jullie stuk. Daarnaast vond ik alleen al de windharpen geweldig, dus was het voor mij al een geslaagde voorstelling geweest als er alleen die windharpen hadden gestaan. (…..) verder houd ik van oosterse muziek dus de combi met de sho vond ik ook heel mooi. Er was voor mij vreselijk veel om van te genieten. Wat hier ook heel mooi speelde, was het los laten van de tekstvellen die door de wind werden meegenomen en overal rond om verspreid lagen (maar eigenlijk is dat dan weer een “plaatje”). Je hoort wel ik heb geweldig genoten. Als ik aan het totaal terug denk kwam het bij mij over als een ritueel. (….) Ik hoop dat ik jullie voorstelling nog eens een keer kan zien en dan het liefst aan het einde van de serie, zodat je eventueel een ontwikkeling kan zien.”

Het speelvlak…

grondzeil2

Het gedicht Koerikoeloem van Tjitske Jansen is dicht op de huid is geschreven. In de voorstelling zoeken wij daarom ook de nabijheid van de toeschouwers op; we spelen letterlijk rondom en tussen hen in.

Op de foto het zojuist voltooide grondzeil dat het speelvlak en de plekken waar het publiek plaats zal nemen markeert.